Terug naar de kenniswiki

Kenniswiki · Kennis en praktijk

Regels voor eerlijk spreken

Sinds Aristoteles zijn de regels voor eerlijk spreken niet meer wezenlijk veranderd.

Het politieke spreken veronderstelt een gedeelde ruimte waarin iedereen gelijke toegang heeft om zijn standpunt zichtbaar te maken. Daar worden uitspraken beoordeeld op hun geldigheid. Eerlijk spreken vraagt dat de redenering een geldige vorm volgt — en de kern van die geldigheidsregels is sinds Aristoteles geformaliseerd en sindsdien niet wezenlijk veranderd.

De vier regels

  1. Identiteitswet. Wat wordt beweerd, blijft tijdens de redenering hetzelfde. Een begrip mag niet ongemerkt van betekenis veranderen: A blijft A. Wanneer zo’n betekenisverschuiving wél bewust wordt ingezet, spreken we over Conflicten herdefiniëren via betekenisverschuiving.
  2. Non-contradictie. Een uitspraak en haar ontkenning kunnen niet tegelijk waar zijn; iets kan niet tegelijk zijn en niet zijn.
  3. Uitgesloten derde. Tussen een bewering en haar ontkenning bestaat geen derde optie; een uitspraak is waar of niet waar.
  4. Syllogisme. Uit twee premissen volgt noodzakelijk een conclusie, op voorwaarde dat de premissen juist zijn en de vorm correct wordt toegepast.

Samen vormen deze regels de minimale voorwaarden om geldige redeneringen te onderscheiden van schijnargumenten.

Deze regels bewaken de vorm van het spreken. De regels van De regels van waarachtig spreken bewaken de herkomst ervan. Samen bepalen ze of een uitspraak in een gedeelde ruimte kan meetellen.


Walter Wybauw

Verder lezen en toepassen

Dossiers · Onderzoek en analyse

Herken je dit in je organisatie of praktijk? Contact.