Kenniswiki · Kennis en praktijk
Het belang van het bemiddelingsprotocol
Het bemiddelingsprotocol legt vóór het gesprek vast wat er geldt: wie opdracht geeft, wat vertrouwelijk blijft en welke gevolgen het gesprek heeft.
Het bemiddelingsprotocol legt vóór het gesprek vast wat er geldt: wie opdracht geeft, wat vertrouwelijk blijft en welke gevolgen het gesprek heeft. Op de werkvloer wordt die formalisering vaak overgeslagen, in de veronderstelling dat een goed gesprek geen geformaliseerde verbintenis nodig heeft. Die veronderstelling werkt onveiligheid in de hand.
Waar “informeel” wordt gelezen als “vrijblijvend”
Bij vertrouwenspersonen zoals bedoeld in de welzijnswet lijkt een perceptie gegroeid dat het “informele” van de informele procedure gelijkstaat aan vrijblijvendheid. Dat klopt niet. Met de ondertekening van het zogenaamde machtigingsformulier spreken de vertrouwenspersoon en de verzoeker aan het einde van het intakegesprek af welke procedure de verzoeker kiest, of dat het gesprek vertrouwelijk blijft — en dus zonder gevolg. Kiest de verzoeker een verzoeningsgesprek in de informele procedure, dan is het machtigingsformulier het bewijs dat de vertrouwenspersoon de andere partij mag contacteren en uitnodigen. In de praktijk heet dat gemakkelijkheidshalve “bemiddeling”; de welzijnswet verwijst voor de praktische uitvoering ook expliciet naar de wet op de bemiddeling.
Een gelijkaardige verwarring leeft bij bemiddelaars die erkend zijn in sociale zaken en tussenkomen bij conflicten op de werkvloer. Waar aan de ene kant wordt gehamerd op de strikte toepassing van de deontologische code van de Federale Bemiddelingscommissie (FBC), merk ik dat veel bemiddelaars het belang miskennen van het bemiddelingsprotocol — nochtans een wezenlijk onderdeel van de bemiddeling sensu stricto. De informaliteit die zo ontstaat, vertrekt vaak uit de gedachte dat een goed gesprek en verbinding authentieker tot stand komen zonder geformaliseerde verbintenissen. In een organisatiecontext is die redenering problematisch, zeker voor bemiddelingen over samenwerking die niet vatbaar zijn voor een dading.
Het mandaat is onduidelijk
Het eerste probleem is het mandaat van de bemiddelaar. Voert die de opdracht uit voor de werkgever, voor de vertrouwenspersoon of voor een preventieadviseur? En in die laatste gevallen: binnen de informele of de formele procedure? De vraag heeft gevolgen voor de facturering, maar ook voor de vertrouwelijkheid en het beroepsgeheim. De wet lijkt zich in haar huidige vorm bijvoorbeeld niet uit te spreken over wat het voor een externe bemiddelaar betekent dat preventieadviseurs zo moeten rapporteren dat de werkgever de aard van psychosociale risico’s kan identificeren, elimineren en voorkomen.
Een kaderloze ruimte is onveilig
Het tweede probleem is de fundamentele onveiligheid die ontstaat wanneer een externe autoriteit een niet-geformaliseerd kader als machtsvrije ruimte presenteert. De bemiddelaar kan niet garanderen dat de kwetsbaarheid in die ruimte wordt gevrijwaard van het spel van macht en politiek dat het conflict voedt. Een kader van zuiver vrijwillig engagement biedt geen enkele partij rechtszekerheid — integendeel.
Vertrouwelijkheid vraagt een wettelijke grond
Het derde probleem raakt de vertrouwelijkheid. Alleen de vertrouwelijkheid zoals de wet op de bemiddeling ze beschrijft, geeft partijen de vrijheid om open met elkaar in dialoog te gaan. Door het bemiddelingsprotocol te tekenen, hebben ze de garantie dat wat ze delen buiten de bemiddeling niet tegen hen kan worden gebruikt. Die formalisering bouwt het kader waarin psychologische veiligheid het herstel van de relatie kan dragen.
Een equivalent van de bemiddeling sensu stricto
Ik denk dat erkende bemiddelaars zich van niet-erkende bemiddelaars kunnen onderscheiden door zich ook in een organisatiecontext aan een welbepaalde werkvorm in een strikt juridisch en procedureel kader te houden: een equivalent van de bemiddeling sensu stricto, met een deontologisch kader dat is aangepast aan de psychosociale realiteit van conflicten op de werkvloer — en dus aan de welzijnswet. Hoe zo’n kader er op de werkvloer uitziet, staat in Bemiddeling sensu stricto op de werkvloer. Wie de bemiddelaar is en welk mandaat die nodig heeft, staat in Wie bemiddelt?
Walter Wybauw
Verder lezen en toepassen
Dossiers · Bemiddeling en procesbegeleiding
Herken je dit in je organisatie of praktijk? Contact.
