Les 1 van 4 · Facilitators

Elke uitspraak heeft twee lagen

Elke uitspraak in een conflict heeft twee lagen: waarover het gaat en hoe iemand weet dat het klopt. Samen vormen ze de vier registers.

Leestijd ± 7 minHet kwadrantenmodel — basis

Les 1 van 4Alle lessen van deze cursusCursusoverzicht

Voor wie en wanneer

Voor bemiddelaars, vertrouwenspersonen en preventieadviseurs psychosociale aspecten. Gebruik deze fiche wanneer partijen dezelfde woorden gebruiken, maar iets anders bedoelen.

Leerdoel

Na deze fiche kan je in de uitspraken van partijen de twee lagen onderscheiden waaruit de vier registers ontstaan.

Kernidee

Elke uitspraak in een conflict heeft twee lagen: waarover het gaat en hoe iemand de geldigheid ervan onderbouwt. Hun kruising levert de vier registers op.

Uitleg

Waarom taal ertoe doet

Alles wat we in een conflict bespreken, betwisten of proberen op te lossen, speelt zich af in taal. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar het heeft verregaande gevolgen voor hoe we naar conflicten kijken.

Want taal doet meer dan informatie overbrengen. Woorden als "respect", "professioneel", "eerlijk" of "veilig" hebben geen vaste betekenis die je gewoon kan opzoeken. Ze krijgen betekenis doordat mensen ze samen gebruiken, in een bepaalde context, met een bepaalde geschiedenis. Wat "professioneel" betekent op jouw werkplek is niet hetzelfde als op een andere werkplek. Die betekenis ontstaat in het taalgebruik zelf — niet ervoor.

En precies daar ontstaat conflict: niet wanneer mensen verschillende talen spreken, maar wanneer ze dezelfde woorden gebruiken en er iets anders mee bedoelen. Twee collega's zeggen allebei: "Er is hier geen communicatie." De ene bedoelt: er zijn geen overlegmomenten ingepland. De andere bedoelt: ik word niet gehoord als ik iets zeg. Ze delen de taal — maar de betekenis die ze erin leggen, is totaal anders. Dat verschil is het conflict.

Wie volledig langs elkaar heen leeft, heeft geen conflict. Conflict veronderstelt een gedeeld veld — en dat veld is taal.

Dat is waar het interessant wordt voor de praktijk. Want als taal de ruimte is waarin conflict ontstaat, dan is taal ook de plek waar je als interveniënt kan beginnen kijken: wat zegt iemand precies, en vanuit welk perspectief?

Laag 1 — Waarover gaat het?

Elke uitspraak in een gesprek gaat ergens over. Maar het maakt een groot verschil hoe iemand verhoudt tot datgene waarover gesproken wordt.

Sommige mensen spreken over iets dat je kan beschrijven zonder het zelf te hoeven meemaken. Ze verwijzen naar regels, definities, principes of abstracte categorieën. Het object van hun uitspraak is bemiddeld — het komt via taal, logica of afspraken tot hen.

Andere mensen spreken over iets dat ze zelf kennen doordat ze het hebben meegemaakt, gezien of gevoeld. Het object van hun uitspraak is direct — het komt via ervaring, situatie of context tot hen.

Voorbeelden uit de bemiddelingspraktijk:

Kennis over iets Kennis van iets
"De wet zegt dat dit niet mag." "Ik heb gezien hoe dat team uit elkaar viel."
"Volgens het arbeidsreglement is dit een inbreuk." "Ik was erbij toen ze dat zei."
"Professioneel gedrag betekent dat je op tijd komt." "Je weet niet hoe het voelt om elke ochtend met buikpijn naar het werk te gaan."
"De procedure voorziet drie stappen." "Ik heb drie keer een melding gedaan en er is niets mee gebeurd."

Dit onderscheid is niet triviaal. Het bepaalt welk type werkelijkheid de spreker veronderstelt:

  • Wie spreekt vanuit kennis over iets, beroept zich op een werkelijkheid die door principes, regels of definities wordt gestructureerd. De kracht van de uitspraak zit in de logica of de norm.
  • Wie spreekt vanuit kennis van iets, beroept zich op een werkelijkheid die door directe ervaring wordt gedragen. De kracht van de uitspraak zit in het feit dat iemand het zelf heeft meegemaakt.

Laag 2 — Hoe weet je dat?

Los van waarover iemand spreekt, is er altijd een tweede laag: hoe maakt iemand die kennis geldig? Waarop berust de claim dat iets "waar" is?

Ook hier zijn er twee fundamenteel verschillende manieren:

Geldigheid via principes:

Het klopt omdat het logisch volgt, omdat het in de regels staat, omdat het principieel zo hoort. De geldigheid hangt niet af van één concrete waarneming. Het gaat om consistentie — past het binnen het systeem van regels, definities of normen?

Voorbeelden:

  • "Dat is in strijd met het beleid."
  • "Als A, dan volgt logischerwijs B."
  • "Iedereen heeft recht op een eerlijk proces."

Geldigheid via waarneming:

Het klopt omdat je het kan zien, meten, observeren of voelen. De geldigheid is verankerd in iets concreets. Het gaat om verankering — is er iets waarneembaars dat de claim ondersteunt?

Voorbeelden:

  • "De resultaten van de bevraging zijn duidelijk."
  • "Ik heb het zelf gezien."
  • "De cijfers spreken voor zich."

De kruising: vier registers

Wanneer je beide lagen over elkaar legt, krijg je vier combinaties. Elke combinatie is een ander register — een andere manier waarop iemand in een gesprek kan beweren dat iets "waar" is.

Over iets (beschrijving, regel) Van iets (ervaring, context)
Via principes "Zo is het" — logisch, analytisch "Zo hoort het" — norm, plicht, waarde
Via waarneming "Zo werkt het" — meetbaar, objectief "Zo voelt het" — context, betekenis, relatie

Elk van deze vier vakken vertegenwoordigt een volwaardige manier van "gelijk hebben". Het probleem is niet dat één vak fout is. Het probleem begint wanneer iemand vanuit één register spreekt en de ander vanuit een ander register probeert te antwoorden — zonder dat een van beiden doorheeft dat ze in verschillende registers zitten.

Een voorbeeld:

Een medewerker zegt: "Ik word hier niet gehoord." (register: "zo voelt het")

De leidinggevende antwoordt: "Er is vorige week nog een teamoverleg geweest." (register: "zo werkt het")

De medewerker voelt zich niet begrepen. De leidinggevende voelt zich onterecht beschuldigd. Allebei hebben ze "gelijk" — maar in een ander register. En omdat geen van beiden het registerverschil ziet, escaleert het gesprek.

Voorbeeld

Samengesteld voorbeeld; geen beschrijving van een werkelijk dossier.

In een bemiddeling zegt de ene partij: "Er is hier geen communicatie: er zijn geen overlegmomenten en niets staat op papier." De andere: "Er is hier geen communicatie: ik voel me nooit gehoord." Dezelfde zin, maar de eerste spreekt over iets, de tweede vanuit een ervaring. De eerste wil structuur, de tweede erkenning. Zolang de begeleider dat niet benoemt, praten ze langs elkaar heen.

Toepassing

Vat in een volgend gesprek de uitspraak van elke partij samen in de twee lagen: "Als ik je goed begrijp, gaat het je over … en baseer je dat op …" Laat de partij die samenvatting bevestigen of corrigeren. Zo maak je zichtbaar dat de partijen niet over hetzelfde spreken, zonder dat iemand ongelijk krijgt.

Reflectie


Zelfcontrole

  • Begrijp je dat elke uitspraak in een conflict altijd twee lagen bevat — ook als de spreker ze niet benoemt?
  • Kan je het verschil herkennen tussen spreken over iets en spreken vanuit directe ervaring van iets?
  • Kan je het verschil herkennen tussen geldigheid via principes en geldigheid via waarneming?
  • Zie je hoe de kruising van beide lagen vier verschillende registers oplevert?

Antwoordrichting

Vat een uitspraak samen als onderwerp plus onderbouwing, en laat de spreker beide delen corrigeren. Het register is een leeshypothese, geen kenmerk of diagnose van de persoon.

Bronnen

Deze fiche maakt deel uit van het lesmateriaal van Inter Esse over het discursief kwadrantenmodel. De tekst haalt geen externe bronnen aan.

Terug naar alle lessen