Les 1 van 4 · Betrokkenen

Elke uitspraak heeft twee kanten

Achter elke uitspraak zitten twee lagen: waarover je spreekt en hoe je beweert dat het klopt. Zo begrijp je waarom dezelfde woorden anders aankomen.

Leestijd ± 6 minHet discursief kwadrantenmodel — basis

Les 1 van 4Alle lessen van deze cursusCursusoverzicht

Voor wie en wanneer

Voor iedereen die in een conflict zit of er net een achter de rug heeft. Gebruik deze fiche wanneer je merkt dat jullie dezelfde woorden gebruiken, maar iets anders bedoelen.

Leerdoel

Na deze fiche kan je in een uitspraak twee lagen onderscheiden: waarover iemand spreekt en hoe die beweert dat het klopt.

Kernidee

Achter elke uitspraak zitten twee lagen: waarover het gaat, en hoe je beweert dat het klopt. Samen leveren ze vier manieren van gelijk hebben op.

Uitleg

De eerste laag: waarover gaat het eigenlijk?

Elke keer dat je iets zegt in een gesprek, gaat het ergens over. Maar de manier waarop je je verhoudt tot dat onderwerp, verschilt.

Sommige mensen spreken over iets dat ze kunnen beschrijven zonder het zelf te hoeven meemaken. Ze verwijzen naar regels, afspraken, definities of logica. Ze spreken over het onderwerp — vanuit een zekere afstand.

Andere mensen spreken over iets dat ze zelf kennen doordat ze het hebben meegemaakt, gezien of gevoeld. Ze spreken vanuit het onderwerp — vanuit directe ervaring.

Herkenbare voorbeelden:

Spreken over iets Spreken vanuit iets
"Volgens de afspraken is dit niet oké." "Ik was erbij toen dat gezegd werd."
"De regels zijn daar duidelijk over." "Je weet niet hoe het voelt om elke dag met stress naar je werk te gaan."
"Normaal gezien hoort dat anders te lopen." "Ik heb drie keer aan de bel getrokken en er is niets mee gebeurd."

Dit verschil klinkt misschien subtiel, maar het bepaalt welk type werkelijkheid iemand veronderstelt:

  • Wie spreekt over iets, beroept zich op een werkelijkheid van regels, principes en logica. De kracht zit in de redenering.
  • Wie spreekt vanuit iets, beroept zich op een werkelijkheid van ervaring en beleving. De kracht zit in het feit dat je het hebt meegemaakt.

De tweede laag: hoe beweer je dat het klopt?

Naast waarover je spreekt, is er nog iets anders: hoe maak je je punt? Waarop baseer je de claim dat je gelijk hebt?

Ook hier zijn er twee fundamenteel verschillende manieren:

"Het klopt omdat het zo hoort" — via principes:

Je beroept je op logica, regels, normen of afspraken. Het maakt niet uit of je het zelf hebt gezien — het klopt omdat het consistent is met een principe of een regel.

Voorbeelden:

  • "Dat is in strijd met wat we afgesproken hebben."
  • "Als je A zegt, moet je ook B doen."
  • "Iedereen heeft recht op een eerlijke behandeling."

"Het klopt omdat je het kan zien" — via waarneming:

Je beroept je op iets concreets: iets dat je kan meten, observeren of voelen. Het klopt omdat het verankerd is in iets tastbaars.

Voorbeelden:

  • "Kijk naar de cijfers — het is toch duidelijk?"
  • "Ik heb het zelf meegemaakt."
  • "De resultaten spreken voor zich."

Twee keer twee maakt vier

Wanneer je beide lagen over elkaar legt, krijg je vier combinaties. Elke combinatie is een andere manier van gelijk hebben — een ander register.

Over iets (beschrijving, regel) Vanuit iets (ervaring, beleving)
Via principes "Zo is het" — logisch, kloppend "Zo hoort het" — norm, principe, waarde
Via waarneming "Zo werkt het" — meetbaar, concreet "Zo voelt het" — beleving, betekenis

Elk van deze vier vakken is een volwaardige manier van "gelijk hebben". Het probleem is niet dat één vak fout is. Het probleem begint wanneer jij vanuit het ene vak spreekt en de ander vanuit een ander — zonder dat jullie dat doorhebben.

Een voorbeeld:

Jij zegt: "Ik word hier niet gehoord." (register: "zo voelt het")

De ander antwoordt: "Er is vorige week nog een teamoverleg geweest." (register: "zo werkt het")

Jij voelt je niet begrepen. De ander snapt niet waarom je boos bent. Allebei hebben jullie "gelijk" — maar in een ander register. En precies dat registerverschil is de reden dat het gesprek vastloopt.

Voorbeeld

Samengesteld voorbeeld; geen beschrijving van een werkelijk dossier.

Waarom dezelfde woorden toch iets anders betekenen

Stel je voor: twee collega's hebben ruzie over een project. De ene zegt: "Er is hier geen communicatie." De andere zegt precies hetzelfde: "Er is hier geen communicatie."

Maar ze bedoelen iets totaal anders.

De eerste bedoelt: er zijn geen vergadermomenten ingepland, er is geen overlegstructuur. De tweede bedoelt: ik word niet gehoord als ik iets zeg, mijn inbreng telt niet.

Ze gebruiken dezelfde woorden — maar de betekenis die ze erin leggen, is compleet anders. En dat verschil is het conflict. Niet de woorden zelf.

Dit patroon komt vaker voor dan je denkt. In bijna elk conflict waarbij je het gevoel hebt dat je "langs elkaar heen praat", is er iets vergelijkbaars aan de hand. Niet omdat iemand liegt of overdrijft, maar omdat er achter elke uitspraak twee lagen schuilgaan — en die lagen zijn niet altijd dezelfde.

Toepassing

Luister bij je volgende moeilijke gesprek naar één zin van de ander en stel jezelf twee vragen. Spreekt die persoon over iets of vanuit iets? En maakt die het punt geldig via een principe ("zo hoort het") of via wat er gebeurt ("kijk wat er gebeurt")? Je hoeft het niet hardop te zeggen. De vraag alleen al helpt je om minder snel te reageren op wat je dacht te horen.

Reflectie

Zelfcontrole

  • Begrijp je dat achter elke uitspraak twee lagen zitten — ook als de spreker ze niet benoemt?
  • Herken je het verschil tussen spreken over iets en spreken vanuit iets?
  • Herken je het verschil tussen bewijzen via principes en bewijzen via waarneming?
  • Zie je hoe de kruising van beide lagen vier manieren van "gelijk hebben" oplevert?

Antwoordrichting

Een bruikbare ontleding noemt zowel het onderwerp van de uitspraak als de manier waarop de spreker haar onderbouwt. Twee mensen kunnen dezelfde woorden gebruiken en toch op een andere maatstaf steunen; vraag na of je lezing klopt.

Bronnen

Deze fiche maakt deel uit van het lesmateriaal van Inter Esse over het discursief kwadrantenmodel. De tekst haalt geen externe bronnen aan.

Terug naar alle lessen