Discursiviteit van het conflict · DVC-C4

Fiche — Schuld, schaamte en beschuldiging

Bronkopie voor de cursusbank. Niet online; inhoudelijke controle vereist. Situering Deze fiche bundelt twee notes met dezelfde titel. Ze behandelen schuld en schaamte niet als losse gevoelens, maar als iets dat

Situering

Deze fiche bundelt twee notes met dezelfde titel. Ze behandelen schuld en schaamte niet als losse gevoelens, maar als iets dat in taal, beschuldiging, kwetsbaarheid en macht werkt.

Kern van het betoog

  1. Uitgangspunt. Schuld verwijst naar verantwoordelijkheid. Beschuldigen is het toekennen van verantwoordelijkheid. Wie de ander verantwoordelijk maakt voor wat hem overkomt, neemt zelf een onmachtige positie in en versterkt de ervaring van oneerlijkheid en onevenredigheid.
  2. Onderscheiding. Schuld en schaamte werken niet alleen in expliciete beschuldigingen. Ze zitten ook in taalvormen zoals: “af en toe moet je dat op die manier doen”, “gij zijt niet normaal” en “jij bent een perfectionist”. Daarmee verschijnen ook diagnoses, evaluaties, oordelen en meningen.
  3. Gevolgtrekking. Zulke uitspraken zeggen niet alleen iets over een handeling, maar ook over wat iemand moet doen, wat iemand is of zou moeten zijn, wat iemand kan, wil of moet worden. Ze impliceren iets over mij en kunnen mij dwingen tot een keuze, een dilemma of een uitspraak over de werkelijkheid.
  4. Onderscheiding. Als iets als beschuldiging wordt gehoord, kan het pijn doen. Naarmate die pijn vermeden wordt, groeit de weerstand tegen de beschuldiging. De notes beschrijven dit als geraakt worden op een manier die bijna fysiek wordt ervaren: alsof men een pak slaag incasseert van iemand die sterker is.
  5. Gevolgtrekking. Kwetsbaarheid is hier het risico om schade te ondervinden als men wordt geraakt. Alles wat tot kwetsbaarheid leidt, leidt ook tot onveiligheid.
  6. Onderscheiding. Gevaar ontstaat wanneer de ander mij blootstelt, mij niet beschermt of mij onderwerpt. Omgekeerd kan de ander ook de perceptie krijgen dat ik gevaarlijk ben, doordat ik hem blootstel aan gevaar of hem onderwerp aan de groep.
  7. Gevolgtrekking. Iemand wordt gevaarlijk zodra die iets zegt of doet dat impliceert dat de ander de controle over de eigen vrije wil verliest. Dat kan gebeuren wanneer iemand het verhaal van de ander in twijfel trekt en tegelijk oplegt hoe het verder moet.
  8. Gevolgtrekking. Dat gevaar hangt samen met macht, of met doen alsof men macht heeft, bijvoorbeeld om uitspraken over de werkelijkheid op te leggen. Wat daaraan gewicht geeft, zijn onder meer sociale steun en expertise.
  9. Open einde. Tegenover deze dynamiek blijven twee bewegingen openstaan: een alternatief taalgebruik nastreven en op een andere manier leren luisteren, door alles wat stuurt, oordeelt of vastlegt eruit te proberen filteren.
Alle fiches in deze module