Een multi-modale fenomenologische benadering van geweld
Geweld is niet alleen iets dat feitelijk gebeurt (slagen, oorlog, misdrijf), maar ook iets dat als latente aanwezigheid ons bestaan doordringt. Zelfs als er geen actueel geweld is, leeft er een diffuse dreiging, die voortdurend de balans van ons bestaan verstoort.
“Towards a Multi-modal Phenomenological Approach of Violence” van Cristian Ciocan.
Geweld is niet enkel een feitelijke gebeurtenis maar een voortdurende aanwezigheid die als een latente dreiging in ons bestaan doordringt. Zelfs in tijden van vrede blijft er een ongrijpbare spanning voelbaar, een ondertoon van mogelijk geweld die onze beleving van veiligheid en samenhang verstoort. Deze gedachte vormt het uitgangspunt van Cristian Ciocans artikel “Towards a Multi-modal Phenomenological Approach of Violence”, waarin hij pleit voor een uitbreiding van de fenomenologie om recht te doen aan de veelheid van manieren waarop geweld zich aan ons toont.
Ciocan beschrijft geweld als een limietfenomeen - een grenservaring die de normale structuren van bewustzijn en betekenis doorbreekt. Geweld is niet zomaar iets wat binnen onze ervaring past, maar iets wat de kaders van die ervaring zelf aantast. Het ondermijnt de stabiliteit van onze concepten van zelf, lichaam, tijd, ruimte, taal en intersubjectiviteit. In de confrontatie met geweld blijken deze begrippen niet langer toereikend: ze moeten herzien, herijkt, soms zelfs opnieuw uitgevonden worden.
Hij maakt een onderscheid tussen actueel geweld en latent geweld. Actueel geweld verwijst naar de feitelijke daad, het moment waarop dader en slachtoffer frontaal met elkaar in botsing komen. Latent geweld daarentegen is de onzichtbare, maar voelbare aanwezigheid van dreiging. Het leeft in herinneringen aan trauma, in de angst voor herhaling, in de voortdurende spanning die ontstaat wanneer geweld als mogelijkheid in de lucht hangt. Deze latente dimensie is minstens even ingrijpend: ze beïnvloedt onze manier van waarnemen, denken en handelen, ook wanneer er ogenschijnlijk niets gebeurt.
Om dit te begrijpen ontwikkelt Ciocan een multi-modale fenomenologie van geweld. Geweld verschijnt volgens hem niet in één enkele ervaringsmodus, maar via verschillende vormen van bewustzijn. In het geheugen duikt het op in de herbeleving van trauma’s, soms vrijwillig, soms ongewild, zoals in flashbacks of generatietrauma’s. In de fantasie wordt het geënsceneerd in denkbeeldige scenario’s van agressie, wraak of bescherming. In de droom krijgt geweld een bijna tastbare realiteit, omdat de grenzen tussen innerlijke en uiterlijke ervaring vervagen. En via beeldbewustzijn dringt geweld zich op vanuit de wereld van foto’s, films, nieuwsbeelden en games: representaties die onze verbeelding voeden en ons collectief gevoel van dreiging versterken.
Daarnaast onderscheidt Ciocan drie subjectieve posities binnen de ervaring van geweld: die van de dader, de getroffene en de getuige. De dader beweegt zich van irritatie naar woede en agressie; het slachtoffer ervaart een verschuiving van angst naar terreur; en de getuige bevindt zich in een positie van shock, verontwaardiging en machteloosheid. Elk van deze perspectieven belicht een andere dimensie van de fenomenologische ervaring van geweld: handelen, ondergaan en toekijken.
Geweld, zo besluit Ciocan, confronteert de fenomenologie met haar grenzen. Het is niet slechts een object van beschouwing, maar een excessief gebeuren dat de samenhang van de ervaring zelf uiteentrekt. Daarom volstaat een klassieke beschrijving van de beleving niet: de fenomenologie moet zich uitbreiden tot een multi-modale benadering die rekening houdt met de verscheidenheid aan manieren waarop geweld in het bewustzijn verschijnt - in het heden, in de herinnering, in de verbeelding en in de representatie.
Kanttekening bij dit artikel:
Toch roept deze benadering een spanning op. De poging om geweld te normeren of te categoriseren kan ertoe leiden dat de fenomenologische kern van de ervaring verloren gaat. Zodra de beleving in theoretische categorieën wordt gevat, verdwijnt haar existentiële onmiddellijkheid. De kracht van de fenomenologie ligt juist in haar vermogen om woorden te geven aan wat zich in de ervaring aandient, zonder het te reduceren tot schema’s of normen. Vanuit dat perspectief kan zij niet voorschrijven wat geweld is, maar enkel tonen hoe geweld verschijnt: als een grens van menselijk verstaan, waar betekenis zowel bedreigd als opnieuw geboren wordt.