Perelman en discursieve dominantie: denken in beweging houden

Wanneer we spreken over discursieve dominantie, bedoelen we de manier waarop bepaalde stemmen, betekenissen of denkkaders zo vanzelfsprekend worden gepresenteerd dat alternatieven als ondenkbaar, irrelevant of irrationeel worden ervaren. In die context biedt het denken van Chaïm Perelman, vooral zoals uitgewerkt in La nouvelle rhétorique (1958, samen met Lucie Olbrechts-Tyteca), een krachtig arsenaal aan middelen om met die dominantie om te gaan — niet door ze te bevechten met geweld, maar door ze van binnenuit te ondergraven, te herstructureren en open te breken.

Een eerste cruciaal inzicht bij Perelman is dat geen enkel publiek neutraal is. Elke spreker richt zich, bewust of onbewust, tot een bepaald publiek dat hij of zij als maatgevend beschouwt. Perelman noemt dat het “universele publiek”, maar benadrukt dat dit universele nooit absoluut is. Het is steeds een constructie, een voorstelling van wat als redelijk, competent en representatief wordt beschouwd. In situaties van discursieve dominantie wordt vaak één bepaald publiek als vanzelfsprekend naar voren geschoven — bijvoorbeeld “de academische wereld”, “beleidsmakers”, “experts” of “de media”. Wie het daar niet mee eens is, wordt al snel buiten het gesprek geplaatst. Perelman nodigt ons uit om dat publiek niet zomaar te aanvaarden, maar te bevragen: wie wordt hier als publiek verondersteld? Wie wordt uitgesloten? En vooral: wiens waarden worden erkend, en wiens niet?

Een tweede belangrijke techniek die Perelman aanreikt, is die van de dissociatie. Wanneer dominante stemmen bepaalde begrippen gebruiken — denk aan ‘vrijheid’, ‘democratie’, ‘veiligheid’ of ‘wetenschap’ — doen ze vaak alsof de betekenis daarvan vanzelf spreekt. Perelman laat zien dat het mogelijk is om zulke begrippen op te splitsen. Je kunt bijvoorbeeld stellen dat er een verschil is tussen ‘echte vrijheid’ en ‘schijnvrijheid’, of tussen ‘ware democratie’ en ‘formele democratie’. Door zo’n splitsing in te voeren, ondergraaf je de vanzelfsprekendheid van het begrip zonder het frontaal aan te vallen. Dissociatie is geen aanval, maar een herschikking van betekenis. Ze stelt je in staat om de grondslagen van een discours in beweging te brengen, door aan te tonen dat wat als één geheel werd gepresenteerd in werkelijkheid op spanning staat met zichzelf.

Daarnaast wijst Perelman op het belang van epideictische retoriek, dat is het spreken waarin waarden worden geprezen of afgekeurd. In de klassieke traditie werd deze vorm vaak gezien als bijkomstig of ceremonieel — ze werd geassocieerd met lofredes of herdenkingen. Maar Perelman herwaardeert deze vorm van spreken als fundamenteel voor het politieke en morele leven. In plaats van beslissingen op te leggen of standpunten rationeel te onderbouwen, beoogt de epideictische rede het versterken van een gedeeld waardekader. Ze brengt mensen samen rond gedeelde betekenissen. En precies dat maakt haar zo krachtig in situaties van discursieve dominantie. Want dominantie werkt niet enkel via argumenten, maar vooral via wat als waardevol, bewonderenswaardig of beschamend wordt voorgesteld. Door alternatieve waarden publiekelijk zichtbaar te maken — bijvoorbeeld door menselijkheid, kwetsbaarheid of wederzijds respect te prijzen — kun je nieuwe ankerpunten creëren in het gesprek. Je verandert de toon van het debat niet door te verwerpen, maar door andere waarden in het midden te leggen.

Daarmee hangt een vierde techniek samen: het herstructureren van waardehiërarchieën. Dominante discoursen organiseren vaak impliciet wat belangrijk is en wat niet. Zo wordt bijvoorbeeld efficiëntie vaak hoger gewaardeerd dan zorg, objectiviteit boven empathie, of veiligheid boven vrijheid. Die voorkeuren worden zelden expliciet gemaakt, maar bepalen wel de richting van het debat. Perelman noemt dit ‘loci van het verkieslijke’: oriëntatiepunten waarmee mensen beoordelen wat beter of wenselijker is. Wie discursieve dominantie wil bevragen, doet er goed aan die verborgen rangordes te benoemen en in vraag te stellen. Wat als we niet efficiëntie centraal stellen, maar menselijkheid? Wat als we waarheid niet meten aan meetbaarheid, maar aan oprechtheid? Het verschuiven van zulke hiërarchieën opent ruimte voor andere perspectieven.

Tot slot introduceert Perelman het begrip presence: het vermogen van de spreker om bepaalde elementen in het gesprek nadrukkelijk aanwezig te maken. Dominantie werkt niet alleen door wat gezegd wordt, maar ook door wat níet gezegd wordt — door het stilzwijgen over wat niet in het model past. Presence betekent dan: wat vergeten wordt, weer zichtbaar maken -  wat verdrongen is, opnieuw in het licht plaatsen. Een spreker kan dat doen door nadruk, herhaling, beeldspraak, analogieën of voorbeelden die raken. Zo krijgen bepaalde ervaringen, zorgen of perspectieven een plaats in het gesprek die hen eerder werd ontzegd.

Wat Perelman ons dus leert, is dat je niet moet kiezen tussen zwijgen of verwerpen. Je kunt dominante discoursen herkaderen, oprekken, uit elkaar halen en heroriënteren, zonder dat je daarvoor buiten het redelijke moet stappen. Zijn benadering laat zien dat redelijkheid meervoudig en situationeel is. Overtuigen betekent niet gelijk krijgen, maar het gesprek openen — op een manier die anderen toelaat om in te stappen. In de omgang met discursieve dominantie is dat misschien wel de meest radicale vorm van verzet: het gesprek zo organiseren dat ook onderdrukte stemmen hun plaats kunnen vinden.

Reactie plaatsen

Advies en interventies bij complexe conflicten

Conflictoplossende gesprekken

Transformerende gesprekken

Conflicten komen tot leven in de taal. Verschillende soorten gesprekken kunnen bijdragen aan beeldvorming, de-escalatie en verbinding.

Conflictdynamieken onderzoeken

Onderzoek van conflicten

Zeker geëscaleerde organisatieconflicten  vragen meer dan een goed gesprek. Daarbij kan de impact van collectieve risico's niet worden onderschat.

Hoe organisatieconflicten voorkomen?

Preventie van conflicten

Preventie begint met het verkrijgen van inzicht in conflictdynamieken en het installeren van institutionele kaders om conflicten te kunnen bespreken.